Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Combray

Marcel Proust (tekst) & Stéphane Heuet (tekeningen en bewerking): Op zoek naar de verloren tijd: Combray (Frankrijk, 1998): 72 blz: Vertaald door Jelle Noorman (2002): Uitgeverij Atlas
 
Zoals trouwe lezers van dit blog weten ben ik een fan van mooie graphic novels. Soms worden van beroemde boeken stripbewerkingen gemaakt. Dick Matena is een voorbeeld van een Nederlandse tekenaar die een aantal meer of minder geslaagde stripbewerkingen heeft gemaakt, meestal met behoud van de volledige tekst van de romans.
  In Frankrijk heeft de tekenaar Stéphane Heuet de eerste twee delen van Prousts meesterwerk "Op zoek naar de verloren tijd" bewerkt tot een graphic novel.In dit eerste deel "Combray" worden enkele van de hoofdpersonen van de roman voorgesteld: de jonge Marcel, hoofdpersoon en de latere schrijver van het boek, zijn ouders, meneer Swann, tante Léonie en de huishoudster Françoise. Thérèse Cornips heeft bijna de gehele Proust in prachtig Nederlands vertaald. Ook de vertaling die Jelle Noorman voor deze graphic novel heeft gemaakt, is prachtig om te lezen. De tekeningen zijn zonder meer geweldig.
  Ik denk dat deze strip ongeveer een vijfde deel van de tekst bevat van het eerste deel van de roman. Mede daardoor is de strip uitstekend te lezen als voorbereiding op het lezen van de gehele romanreeks, maar hij kan ook prima op zichzelf staan voor iemand die een idee wil krijgen van het schrijverschap van Proust, maar geen zin heeft om de romans te lezen. Volgens mijn jaaroverzichten heb ik deze verstripping inmiddels voor de vijfde keer gelezen. Warm aanbevolen!
 
Citaten:
Swann komt op bezoek bij de grootouders van Marcel:
- "Zo te horen is het Swann."
 Ondanks het feit dat hij een stuk jonger was, had M. Swann een bijzondere band met mijn grootvader, die een van de beste vrienden van zijn vader was geweest ... 
 Hoewel de jonge Swann, vooral voor zijn huwelijk, jarenlang regelmatig bij ons langskwam in Combray ... 
 ... hadden mijn oudtante en grootouders er al die tijd geen idee van dat ze een van de elegantste leden van de Jockey-club ontvingen ...
 ... een intieme vriend van de graaf van Parijs en de prins van Wales ...
 ... een van de meest gevraagde gasten van de beau monde in de Faubourg Saint-Germain.

- Pogingen ons verleden op te roepen zijn vergeefse moeite. Hoezeer we ook onze hersens pijnigen, het ligt verscholen, buiten het bereik van ons verstand, ergens in een stoffelijk voorwerp waar we geen idee van hebben.
 
De beroemdste scene uit de hele "Op zoek naar de verloren tijd", de scene met de madeleine:
- "Hé! Een madeleine?"
 "Ja, Nicolas is bij de bakker geweest."
 Een heerlijk gevoel overrompelde me, omhulde me, zonder dat ik de oorzaak doorgrondde. 
 Waar kon die overweldigende vreugde vandaan komen?
 Ik besefte dat ze verband hield met de smaak van de thee en het cakeje, maar deze oneindig ver te boven ging, en dat ze van een andere aard moest zijn.
 De waarheid die ik zoek zit beslist in mij en niet in deze smaak, waardoor ze slechts is opgeroepen ...
 Ik moet tien keer opnieuw beginnen ...
 Wat daar in mij in beroering is, moet het beeld, de visuele herinnering zijn die bij deze smaak hoort en mee naar boven tracht te komen. Zal ze de oppervlakte van mijn heldere bewustzijn bereiken, deze herinnering, dit moment van weleer ...
 En plotseling schiet de herinnering me te binnen.
 Die smaak dat was die van het stukje madeleine dat mijn tante Léonie me zondagochtend altijd gaf, nadat ze het in haar zwarte of lindebloesemthee had gedoopt.
 En net als in dat Japanse spel waarbij kleine, schijnbaar doodgewone propjes papier in een porseleinen kom met water worden geworpen, die zich, eenmaal ondergedompeld, ontvouwen, ontplooien, kleuren en vormen aannemen, en veranderen in bloemen, huizen of duidelijk herkenbare personen, zo kwamen nu alle bloemen uit onze tuin en die uit het park van M. Swann, en de waterlelies in de Vivonne, en de goede mensen in het dorp en hun huisjes en de kerk en heel Combray en omgeving, al wat maar een vaste vorm kan aannemen, de stad en haar tuinen, uit mijn kopje thee te voorschijn.
 
- Maar mijn tante wist dat het niet voor niets was, want in Combray was iemand "die men helemaal niet kende" net zoiets ongelooflijks als een god uit de mythologie. Iedereen in Combray kende iedereen - dieren en mensen - zo goed dat mijn tante, als ze een hond zag "die ze helemaal niet kende", daar maar over bleef piekeren.
 
Over cocottes:
- Ze had een onbeduidende opmerking van mijn vader gekozen, deze fijntjes bewerkt en uiteindelijk veranderd in een pronkjuweel, in iets "uiterst charmants".
 Later besefte ik dat een van de roerende kanten van deze ledige en toch bezige vrouwen was dat ze hun gulheid, hun talent, een steeds beschikbare droom van sentimentele schoonheid en een goudglans die hun weinig kost benutten om het ruwe, onbehouwen leven van mannen te verfraaien met enkele ingelegde edelstenen.

- O, mooie zondagmiddagen onder de kastanje in de tuin van Combray, zorgvuldig door mij ontdaan van de middelmatige voorvallen uit mijn persoonlijke leven, die ik had vervangen door een avontuurlijk bestaan, vol vreemde ambities in een land met beken doorstroomd, jullie roepen dat bestaan nog altijd op, wanneer ik aan jullie terugdenk ...
 
- Van alles waaruit liefde kan ontstaan, is de idee dat de aanbedene een onbekend leven leidt waarin haar liefde ons zal binnenvoeren, wel het meest onontbeerlijke. Daarom houden vrouwen van militairen en brandweerlieden: ze menen onder het uniform een heel ander, avontuurlijk, teder hart te kussen.
 
- Dat jaar, op de ochtend van ons vertrek, toen mijn haar was gefriseerd en me voorzichtig een hoed was opgezet omdat ik op de foto moest, vond mijn moeder me in tranen in het paadje langs Tansonville, waar ik met mijn armen om de stekelige takken de meidoorn gedag zei. "O, daar is hij."
 "Och, mijn arme meidoorn, jij zou me nooit dwingen weg te gaan! Ik zal altijd van je houden ..."
 Mijn tranen afvegend nam ik me voor dat ik, wanneer ik groot was, niet zo dwaas zou zijn als andere mensen, maar zelfs als ik in Parijs woonde, in plaats van bezoekjes af te leggen en geklets aan te horen, in de lente naar het platteland zou gaan om de eerste meidoorn te zien bloeien.
 

Reacties

Populaire posts van deze blog

De laatste keer

Gebakken venkel met uien en cashewnoten

Ghibli